In Arromanches is nog een deel te zien van de voormalige Mulberry haven die is aangelegd door de Geallieerden in de Tweede Wereldoorlog voor de aanvoer van troepen en materieel.
Er is nog een lospier, een aantal Whale elementen en nog een aantal Phoenix elementen te zien.
Mulberry was de codenaam voor een tweetal kunstmatige havens (Mulberry A en Mulberry B) die onmiddellijk na de landingen bij Normandië op 6 juni 1944, werden aangelegd. Mulberry A werd in de Amerikaanse sector bij Saint-Laurent-sur-Mer (Omaha Beach) aangelegd. Mulberry B in de Britse sector bij Arromanches (Gold Beach).
————————
Even na middernacht op 6 juni 1944 werd een bataljon van de 6e Britse Luchtlandingsdivisie ingezet om het kanon van de Duitse batterij van Merville te vernietigen. De geallieerde inlichtingendiensten zagen deze vier versterkingen, een paar kilometer landinwaarts en bewapend met zware kanonnen als een serieuze bedreiging voor de landingen op Sword Beach. Luitenant-kolonel Terence Otway en zijn 9th Parachute Battalion moesten deze gevaarlijke missie volbrengen. Het 9th Battalion moest de vier versterkingen aanvallen in een omgeving vol met prikkeldraad en bezaaid met mijnen en machinegeweernesten. De aanval kende vele tegenslagen. De 750 para’s waren verspreid neergekomen en enkel 150 van hen kon zich verzamelen. Ook moesten ze het stellen zonder aanvalsapparatuur. Maar de aanval ging gewoon door. Na een half uur van felle gevechten werd de batterij ingenomen. Bijna de helft van de Britse para’s was gedood of gewond. Van de 130 Duitse soldaten van het 1716e Artillerieregiment overleefden slechts een kwart. Toen de bolwerken waren ingenomen werd het duidelijk dat de inlichtingendiensten het kaliber van het kanon had overschat. Een Frans-Brits samenwerking resulteerde in de opening van het Merville museum in 1983. Het museum ligt op de plaats waar de slag plaats vond. Een van de vier versterkingen is bewapend met een 100 mm veld-howitzer identiek aan die werd gebruikt in 1944. Op het terrein staat ook een Dakota die was betrokken bij de luchtlandingen van D-Day.
————————
Met de keuze voor de landing in Normandië was een probleem ontstaan, in het landingsgebied en de directe nabijheid waren geen grote havens aanwezig met uitzondering van Cherbourg. Dit bemoeilijkte de aanvoer van manschappen, materieel en brandstof. Naast de aanvoer over de stranden werden plannen gemaakt voor de bouw van twee kunstmatige havens, Mulberry A en B. Mulberry A kreeg een plaats in de Amerikaanse sector van het landingsgebied en Mulberry B in de Britse sector.
In een normale haven is de kade vast en drijven de boten met het getij op en neer. Vanwege het hoogteverschil tussen eb en vloed moest voor de kunstmatige haven een andere oplossing worden gevonden.
De schepen legden aan bij grote pontons met vier stalen poten. De pontons waren zo’n 35 meter lang en langs de stalen poten, die op de zeebodem rustten, konden ze worden opgetild of neergelaten zodat het platform de verticale bewegingen van de boten gedurende het getij kon volgen. Voertuigen konden zo direct uit de landingsschepen rijden naar de kust. Deze pierhoofden, of spud piers waren met het land verbonden door drijvende wegen. Stalen overspanningen (whales) lagen op betonnen drijvers, de zogenaamde beetles. Majoor Allan Beckett was verantwoordelijk voor het ontwerp van deze weg waarover tanks van 30 ton en ander zwaar materieel de kust kon bereiken.
Om de havens te beschermen werd een ring van golfbrekers aangelegd. Deze bestond uit Phoenix caissons en blokschepen, waarvoor oude schepen werden gebruikt (waaronder de oude Nederlandse kruiser Sumatra). Deze golfbrekers hadden de codenaam Gooseberry. De caissons, met een gewicht van circa 6000 ton, gemaakt in Engeland en over Het Kanaal gesleept, werden door het openen van de schuifdeuren in minder dan een half uur tot zinken gebracht. Met de blokschepen vormden zij dan een soort dam waarbinnen de schepen veilig hun lading konden lossen.
De schaal van het gehele project was enorm. Zo’n 45.000 arbeiders maakten 147 Phoenix-caissons, 23 pierhoofden en 15 kilometer drijvende weg.
De havens waren vanaf 16 juni operationeel. Tijdens de zware storm van 19 tot 21 juni werden de Mulberries ernstig beschadigd. Vooral de Mulberry bij Saint-Laurent werd zo zwaar getroffen dat zij onbruikbaar werd. Mulberry B bij Arromanches kon na de storm worden hersteld.
De Britse Mulberry was tot 31 oktober 1944 in gebruik. In deze vijf maanden werd 220.000 man, 628.000 ton materieel en zo’n 40.000 voertuigen via deze haven ontscheept. Het aandeel van de Mulberry in de totale Britse aanvoer over deze periode was 23% van het personeel, 35% van het materieel en 17% van alle voertuigen. In de week van 31 juli werd een record hoeveelheid van 71.043 ton aan land gebracht en op 29 juli werd een dagrecord gevestigd van 11.491 ton.
Bij het ontwerp van de haven was uitgegaan van een tijdelijke oplossing, voor het invallen van de winter zou de Mulberry buiten gebruik worden gesteld. Door de verovering van bestaande havens aan de Franse kust, zoals Cherbourg, konden deze havens de functie overnemen en door de opmars in Frankrijk en België was de afstand tussen de Mulberry B en het front zeer lang geworden. De grote haven van Antwerpen was op 4 september 1944 veroverd en vanaf eind november speelde deze haven een belangrijke rol in de aanvoer van manschappen en materieel.